Winnaars gedichtenwedstrijd bekend

Tijdens de stijlvolle en feestelijke bijeenkomst in de Oude Jeroenskerk in Noordwijk-Binnen (vlak bij het voormalige woonhuis van Henriette Roland Holst) werden op woensdagmiddag 21 november 2012 (de sterfdag van Henriette) de winnaars van de gedichtenwedstrijd '(maatschappelijk) bevlogen poŽzie' bekend gemaakt: Anna van Cooten en Rob Feenstra zijn de gelukkigen. Juryvoorzitter Elsbeth was vol lof over de 126 inzendingen die ze samen met haar collega juryleden mocht beoordelen. Ze vond het dan ook een eer deze twee winnaars te mogen feliciteren.

Zeer tot haar spijt was de winnares van de categorie professionals, Anna van Cooten met haar gedicht 'Want somber', door ziekte geveld. Zij zal op een later moment haar prijs persoonlijk in ontvangst nemen. De winnaar van de categorie amateurs Rob Feenstra met zijn gedicht 'Doemkop' was zeer verheugd met zijn uitverkiezing. 'Ik heb voor de aardigheid meegedaan aan deze wedstrijd, omdat ik het leuk en fijn vind om te dichten. Maar dat ik nu ook een prijs heb gewonnen had ik natuurlijk niet verwacht. Ik ben er erg blij mee!'

Juryvoorzitter Elsbeth Etty las tijdens het officiële gedeelte het juryrapport van de tien genomineerden voor. De genomineerden waren:

categorie professionals:
'Equilibrium' door Ingrid Bilardi
'Want somber' door Anna van Cooten
'Het is al laag' door Anne Kranendonk

categorie amateurs:
'Doemkop' door Rob Feenstra
'De nieuwe eeuw' door Arjan Keene
'Uitbreken' door Henk de Klerck
'Beneden lage luchten' door Johanneke Kramer
'Verlangen' door Carla van der Veen
'Vluchten in de tijd' door Ina van der Welle
'nieuw lied' door Willem van de Woestijne

Juryrapport gedichtenwedstrijd ‘(maatschappelijk) bevlogen poëzie’van Stichting Schrijvers Pantheon tijdens het Henriette Roland Holst-jaar
woensdag 21 november 2012


Bij de beoordeling van 126 inzendingen voor de gedichtenwedstrijd ‘(maatschappelijk) bevlogen poëzie’ heeft de jury behalve naar metrum, stijl, klank en woordkeuze gekeken naar de wijze waarop de dichters aan de opdracht hebben voldaan om het gedicht van Henriette Roland Holst Sombre gedachten schiep een sombre tijd uit 1902 te vertalen naar de huidige tijd.
De juryleden hebben de inzendingen geanonimiseerd gelezen. Sekse, leeftijd of andere buitenliteraire factoren hebben dus geen rol kunnen spelen bij de beoordeling. Des te meer is er op gelet of de sfeer van de gedichten iets overbrengt van het levensgevoel en de bevlogenheid van de (vandaag exact) zestig jaar geleden overleden, in Noordwijk geboren, dichteres Henriette Roland Holst.

In de categorie professionele dichters heeft de jury uit het aanbod van 16 inzendingen drie gedichten genomineerd voor de prijs:

‘Equilibrium’     - Ingrid Bilardie
‘Want somber’   - Anna van Cooten
‘Het is al laag’   - Anne Kranendonk

‘Equilibrium’ van Ingrid Bilardie begint met het woordje ‘en’, alsof er al van alles verteld is. Dat is een sterk begin, omdat het nieuwsgierigheid opwekt. Het gedicht heeft een mooie vorm. De diepe gedachten worden op een beeldende en originele manier verwoord, terwijl ook in de opbouw het gedicht van Henriette Roland Holst zichtbaar is. Het sprankje hoop dat spreekt uit ‘Sombre gedachten’ komt op een verrassende en originele manier naar voren.

In het korte, maar zeer krachtige gedicht ‘Want somber’ van Anna van Cooten is de nagalm hoorbaar van wat misschien wel Henriette Roland Holsts bekendste werk is: haar vertaling van het socialistische strijdlied ‘De internationale’, dat begint met de regel ‘Ontwaakt, verworpenen der aarde’. Het gedicht van Van Cooten vertolkt de idee dat een sombere tijd niet alleen sombere gedachten hoeft voort te brengen, maar ook strijdbaarheid en hoop op betere tijden, ‘want somber is een wakker woord’. Prachtig gevonden deze beginregel, evenals de strofe ‘maar gedroomd in goede daden’, waarin de spanning tussen droom en daad - de essentie van Henriette Roland Holsts leven en werk - is vervat.

Met de eerste zin van ‘Het is al laag’ trekt Anne Kranendonk de lezer meedogenloos zijn gedicht binnen: ‘Het is al laag, maar het kan nog lager.’ De dichter speelt op gemakkelijke wijze met woorden die direct beelden tevoorschijn toveren. Door de speelse vorm verzandt het gedicht niet in zwaarte. In de wereld die hier wordt opgeroepen rammelen denkers aan roestige kettingen en geven vlinders luchtkussen. Even lijkt alles af te brokkelen als het wordt aangeraakt, maar de laatste strofe getuigt van hoop. Verval blijkt immers ook een begin. Sommige zinnen blijven in je hoofd zweven: ‘En wanneer de tuin van wind en maan wordt omgeploegd / Vecht je terug.’ De beelden lijken weggeschept uit dromen. Dit gedicht doet wat elk goed kunstwerk doet: het blijft dagen lang rond spoken.

Uit de 110 inzendingen van dichters die zichzelf tot de amateurs rekenen, maar van wie enkelen zich zeker met professionals kunnen meten, selecteerde de jury zeven gedichten om een winnaar uit te kiezen:

‘Doemkop’                     Rob Feenstra
‘De nieuwe eeuw’          Arjan Keene
‘Uitbreken’                     Henk de Klerck
‘Beneden lage luchten’   Johanneke Kramer
‘Verlangen’                     Carla van der Veen
‘Vluchten in de tijd’        Ina van der Welle
‘nieuw lied’                     Willem van de Woestijne

Met ‘Doemkop’ heeft Rob Feenstra een klassiek sonnet geschreven, een vorm die Henriette Roland Holst ook vaak koos. Het gedicht is een rake hedendaagse vertaling van Sombre gedachten schiep een sombre tijd waarin wordt afgerekend met doemdenkers en domkoppen. We horen de wanhopige burger die zich na de moord op Pim Fortuyn mokkend heeft afgewend van de politiek omdat we nu eenmaal toch niets kunnen veranderen. De maar al te herkenbare kankeraar die in dit gedicht zijn gal spuwt, houdt uiteindelijk op met klagen omdat niemand naar hem luistert. Maar hij wordt pas uit zijn machteloze lethargie gewekt door het optimisme van een nieuwe generatie in de persoon van zijn dochter, die zegt dat zij een toren tot de lucht gaat bouwen. Als de nieuwe kracht die ons omhoog zal dragen… 

Van ‘Uitbreken’ door Henk de Klerck vallen vooral de fraaie vorm en opbouw op. De dichter heeft zijn woorden in streng rijmschema geschikt, maar het gedicht is toegankelijk en vlot geschreven, waardoor het onmiddellijk aanspreekt. Evenals het vers van Henriette Roland Holst is het een tijdloos gedicht. Het zou 70 jaar geleden geschreven kunnen zijn, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, maar het roept ook associaties op met onze tijd van economische crisis, waar we met z’n allen moeten zien uit te komen. Omdat het zo beeldend geschreven is, kan iedereen zich er een eigen voorstelling bij maken en zelf invullen waar bijvoorbeeld die ‘nieuwe kracht’ in de slotregel voor staat.

Johanneke Kramer heeft het gedicht van Henriette Roland Holst sterk gecondenseerd. In plaats van de vijf kwatrijnen van rond de 30 woorden elk, zoals in Sombre gedachten schiep een sombre tijd vat ‘Beneden lage luchten’ in vijf delen van telkens hooguit 15 woorden de gevoelens waar het om draait samen. Telegramstijl, zo zou men in haar tijd hebben gezegd, een sms’je heet dat in onze dagen. De schaarse woorden die Kramer wel gebruikt zijn veelal die van Roland Holst. Spreekt er beklemming uit of eerder berusting? In ieder geval is er sprake van hoop, uitgedrukt in het woord ‘barenskracht’ waarmee de dichter aan de kern van Roland Holsts poëzie raakt.

In het gave sonnet ‘De nieuwe eeuw’ blikt Arjan Keene terug op de twintigste eeuw waar Henriette Roland Holst in 1902 hoge verwachtingen van had. De toen nog nieuwe eeuw zou volgens haar grote sociale en economische veranderingen brengen. De dichter geeft haar met terugwerkende kracht ongelijk in zijn constatering dat de twintigste eeuw vol was van ‘ramp- en tegenspoed’. Voor onze nieuwe eeuw, de 21ste, hoopt hij op ‘een revolutie van de oude rebellie’. Over de uitkomst van die revolutie is hij minder optimistisch dan Roland Holst. Niettemin vertolkt Keene in hedendaagse woorden gevoelens die ook voor Henriette bepalend waren.

Carla van der Veen verplaatst zich in het gedicht ‘Verlangen’ in de emoties van een vrouw die, gezeten op een duin, staart naar de zee. Haar lukt niets, het goud blijft ongrijpbaar aan de horizon: ‘de zon zakt in zee in felle kleuren’. Wat geeft dan nog hoop? Zoals past in een goed opgebouwd sonnet, gaan de laatste zes regels juist over die wending in haar gedachten. Uitkijkend over zee ‘wacht (zij) tot voor haar het tij gaat keren’. Dit lijkt een verwijzing naar ‘Op de kentering der tijden geboren/ in onze oogen nog de ondergangen/ van de oude werelden...’, een vers van Roland Holst, ook uit 1902, dat nog steeds op onze lippen ligt.


In ‘Vluchten in de tijd’ lijkt het aanvankelijk of Ina van der Welle de definitieve ondergang van het leven op aarde voorspelt. Die aarde lijkt getroffen door een immense natuurramp, waardoor vulkanisch as aan de hemel al het zonlicht tegenhoudt: ‘vrieskou verdooft het brandend vuur/het wit verschijnt tot aan de horizon’. Zij schetst in een traditionele Holstiaanse vormgeving een nog somberder wereld dan Henriette al deed in haar gedicht. Maar die zuchtende wereld kent nog een vragende mens, die met rotsvast vertrouwen verwacht dat ‘de fakkel weer voor mij zal schijnen’.


‘nieuw lied’ van Willem van de Woestijne is een gedicht waarvan de eerste strofe ons zachtjes tegen de haren in strijkt. Wanneer we niets zien, en de hoop verliezen, wat dan? Al vlug wordt de lezer gerust gesteld: de zangeres verwijst naar Henriette Roland Holst, maar ook naar poëzie in bredere zin. Hoe kunst leven zin kan geven en dat we zonder de zangeres nergens zijn. Het draagt moed met zich mee, zelfs in sombere tijden. Die paradox komt in het gedicht sterk naar voren: ‘waar verse soldaten krijsend worden geboren/ hoor ik haar, de zangeres’. ‘nieuw lied’ is een pleidooi voor de creatie die elk mens doet voelen dat hij leeft.

Noordwijk, 21 november 2012
Elsbeth Etty (voorzitter)
Joanne Hoekstra
Erik Jurgens
Alma Mathijsen
Martijn Vroom




Terug naar het overzicht